Tags voor deze pagina:
Onderzoek

Barometer 2021mobiel telefoongebruik

De SWOV heeft in opdracht van Interpolis de derde Barometer mobiel telefoongebruik in het verkeer uitgevoerd. De Barometer is een terugkerend vragenlijstonderzoek naar het telefoongebruik in het verkeer onder automobilisten, fietsers en voetgangers.

Dit onderzoek is voor het eerst in 2017 en voor de tweede keer in 2019 gehouden, en heeft als doel de ontwikkeling van het mobiel telefoongebruik in het verkeer en de factoren die hierbij een rol spelen in kaart te brengen. In de Barometer 2021 hebben uit heel Nederland 3730 volwassen respondenten in de leeftijd van 18 t/m 80 jaar en 324 jongeren in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar de vragenlijst volledig ingevuld.

Toename onder fietsers

In de Barometer 2021 heeft 71,5% van de volwassen respondenten aangegeven weleens zijn/haar telefoon te gebruiken tijdens deelname aan het verkeer. In de Barometer 2019 bedroeg het percentage telefoongebruikers 67,8% en in de Barometer 2017 66,1%. Het telefoongebruik is in 2021 ten opzichte van 2019 statistisch significant toegenomen. Ook als we apart naar de fietsers en naar de automobilisten kijken, blijkt dat hun telefoongebruik in 2021 significant is gestegen. Het telefoongebruik is onder fietsers toegenomen van 55,7% in 2019 naar 59,3% in 2021 en onder automobilisten van 65,6% in 2019 naar 70,0% in 2021. Er bleek geen significante toename te zijn onder voetgangers.

Onder jongeren bleek er geen significante toename in het telefoongebruik tussen de Barometer 2019 en de Barometer 2021; in 2021 gaf 85,3% aan weleens de telefoon te gebruiken tijdens deelname aan het verkeer.

Pakkans is klein

In de Barometer 2021 zijn er, ondanks het hoge telefoongebruik in het verkeer, maar zes respondenten die hebben aangegeven een boete te hebben ontvangen voor het gebruiken van de mobiele telefoon in het verkeer. Bij de volwassenen hebben vier automobilisten en één fietser een boete ontvangen voor het gebruik van een mobiele telefoon. Bij de jongeren heeft één fietser een boete ontvangen voor het gebruik van een mobiele telefoon. Het is dus ook niet verrassend dat ruim de helft (56,3%) van de volwassen fietsers en 44% van de automobilisten de kans dat ze een boete krijgen voor mobiel telefoongebruik (zeer) laag inschat. Van de jongere fietsers schat 49,4% de kans van een boete voor mobiel telefoongebruik (zeer) laag in.

Volwassen automobilisten blijken de mobiele telefoon vaker in het verkeer te zijn gaan gebruiken om handsfree te bellen en om muziek op te zetten. Volwassen fietsers gaven aan hun telefoon vaker te zijn gaan gebruiken om te navigeren. Jongeren gebruiken de telefoon voor dezelfde handelingen ongeveer evenveel als in 2019.

Jongeren in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar blijken de telefoon het vaakst te gebruiken in het verkeer. Naarmate de leeftijd van volwassenen toeneemt neemt het telefoongebruik af. Ook gebruiken jongeren in de leeftijd van 12 t/m 17 jaar de telefoon het vaakst uit gewoonte. Wederom neemt het gewoontegedrag bij volwassenen af als de leeftijd toeneemt. Op de schaal voor risicoperceptie scoren jongeren de leeftijd van 12 t/m 17 jaar juist het laagst. Bij volwassenen neemt de risicoperceptie toe naarmate de leeftijd toeneemt. Daarnaast wegen sociale invloeden (sociale norm en sociale druk) het zwaarst bij jongeren de leeftijd van 12 t/m 17 jaar. Tevens blijkt – net als in de Barometer 2019 – dat naarmate ouders hun mobiele telefoon meer in het verkeer gebruiken, hun kinderen dit ook meer doen. Jongeren krijgen dus nog steeds het slechte voorbeeld.

Psychologische factoren

Ten slotte blijkt een aantal psychologische factoren voorspellend te zijn voor het telefoongebruik in het verkeer. Uit de regressieanalyse met alle volwassenen blijkt dat het mobiele telefoongebruik in het verkeer wordt voorspeld door (op volgorde van relevantie):

  1. vertrouwen in de eigen bekwaamheid: een groter vertrouwen gaat samen met meer telefoongebruik;
  2. risicoperceptie: een lagere risicoperceptie gaat samen met meer telefoongebruik.

Uit de regressieanalyse met alle jongeren komt naar voren dat het mobiele telefoongebruik in het verkeer wordt voorspeld door (op volgorde van relevantie):

  1. vertrouwen in de eigen bekwaamheid: groter vertrouwen gaat samen met meer telefoongebruik;
  2. sociale norm: meer telefoongebruik naarmate de sociale omgeving daar positiever tegenover staat;
  3. risicoperceptie: een lagere risicoperceptie gaat samen met meer telefoongebruik.

Opvallend is dat de ingeschatte pakkans zowel bij volwassenen als bij jongeren niet voorspellend blijkt voor het telefoongebruik in het verkeer.